Brussel – Charles Michel trekt zich terug als Europees lijsttrekker voor MR en doet dan toch zijn mandaat als voorzitter van de Europese Raad uit. Dat heeft hij vrijdagavond aan Belga laten weten.

Michel verraste begin januari vriend en vijand toen hij aankondigde zich kandidaat te stellen voor het Europees Parlement en indien verkozen ook zijn zetel op te zullen nemen. Dat betekende dat hij in juli zou moeten opstappen als voorzitter van de Europese Raad. Die functie mag namelijk niet gecombineerd worden met die van Europarlementariër.

Maar op die beslissing komt Michel nu terug, zo zei hij vrijdag. Hij heeft naar eigen zeggen “de ampleur en de radicaliteit van bepaalde negatieve reacties” onderschat. “Ik wil niet dat de controverses ons afleiden van de essentie en schade toebrengen aan de instelling die ik voorzit, en dus aan het Europees project. Ik wil ook niet dat mijn demarche op de een of manier geïnstrumentaliseerd of aangewend wordt om de Europese Raad te verdelen, die in mijn ogen onvermoeibaar aan de eenheid van Europa moet werken.”

“Ik wil niet dat mijn demarche aangewend wordt om de Europese Raad te verdelen, die in mijn ogen onvermoeibaar aan de eenheid van Europa moet werken.”

Charles Michel

De “kwetsende opmerkingen” over zijn beslissing lijken het steeds meer te halen van alle feitelijke en objectieve argumenten, stelt Michel vast. Het doet hem vragen stellen bij de richting die de democratie uitgaat en bij zijn persoonlijk engagement.

“Om die redenen, en om de sereniteit te bewaren bij het vervullen van mijn huidige missie, zal ik geen kandidaat zijn bij de Europese verkiezingen”, zegt Michel. Hij zal dan ook zijn verantwoordelijkheid nemen en zijn mandaat uitdoen.

Eind november loopt het mandaat van Michel af. “Daarna zal ik de tijd nemen om na te denken over mijn toekomstig engagement”, besluit de Belgische oud-premier.

De beslissing van Michel betekent dat zijn partij MR op zoek moet naar een nieuwe Europese lijsttrekker. Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de Franstalige liberalen, reageerde met “het grootste respect” maar ook met een “echte teleurstelling” op de beslissing van Michel. De Europese Raadsvoorzitter “wilde het debat niet afleiden van de echte problemen. Zijn keuze zou ons moeten doen nadenken over de manier waarop het publieke debat vandaag de dag wordt georganiseerd, waarbij de inhoudelijke kwesties te vaak worden verwaarloosd”, zei Bouchez.

26/01/2024

Spanning over goedkeuring Europese AI Act

Brussel – Er hangt spanning in de lucht over de goedkeuring van de Europese AI Act. Met die wetgeving wil de Europese Unie artificiële intelligentie (AI) reguleren, maar enkele grote landen zouden het akkoord dat ze in december met het Europees Parlement hebben bereikt niet zomaar willen bekrachtigen.

Toen de onderhandelaars van de Europese instellingen begin december hun akkoord bereikten, was “historisch” het woord dat het vaakst te horen viel. Met de AI-wet wil Europa de veiligheid en de grondrechten van zijn burgers doen respecteren, en tegelijk het innovatieve karakter en het concurrentievermogen van de Europese AI-sector vrijwaren en zelfs stimuleren. Door als eerste met zo’n wetgeving te komen, wil het bovendien een internationale standaard zetten.

Zoals dat gaat met Europese wetgeving, moet het politieke akkoord nog formeel bekrachtigd worden door zowel de Raad (de EU-lidstaten) als het Europees Parlement. Vrijdag 2 februari zou de tekst voorgelegd worden aan de ambassadeurs van de lidstaten, maar het lijkt nu niet zeker dat de noodzakelijke meerderheid zal worden gehaald om de wet goedgekeurd te krijgen.

Met Frankrijk, Duitsland en Italië tonen de drie grootste Europese landen zich terughoudend. Hun bezorgdheden variëren, maar ze zouden wel alle drie kritisch zijn voor de specifieke bepalingen inzake AI voor algemeen gebruik – AI-systemen die voor verschillende doeleinden kunnen worden gebruikt – en generatieve AI. Parijs, Berlijn en Rome waarschuwen dat de regels te streng dreigen te worden en dat Europa met een competitief nadeel zal worden opgezadeld.

Andere landen hebben dan weer vragen bij de (volgens hen) snelle implementatie van de AI Act, terwijl ook de voorwaarden voor AI-toepassingen met een ‘hoog risico’ voor opmerkingen zorgen. Desondanks luidt het in EU-kringen dat er zich geen onoverkomelijke problemen stellen en dat de stemming volgende week vrijdag “vooralsnog” kan doorgaan zoals gepland. Het is België dat als tijdelijk voorzitter van de Raad de agenda vastlegt.

Om de AI Act goedgekeurd te krijgen, volstaat een gekwalificeerde meerderheid (die wordt bereikt wanneer minstens 15 van de 27 lidstaten vóór stemmen, die samen ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen). Maar met Frankrijk, Duitsland en Italië als mogelijke dwarsliggers, zou zo’n meerderheid aan een zijden draadje hangen. Als ze als enigen tegen stemmen of zich onthouden, wordt de tekst alsnog goedgekeurd, maar zodra een vierde land zich bij hen aansluit, is sprake van een blokkeringsminderheid.

Krijgt de wet toch groen licht van de ambassadeurs, dan gaat hij naar het Europees Parlement voor goedkeuring, waarna de Raad hem in mei definitief kan bekrachtigen. Ook in het Parlement klinken kritische stemmen, maar daar wordt toch van een goedkeuring uitgegaan.

26/01/2024

Elf EU-lidstaten bepleiten “ambitieuze” klimaatdoelstelling voor 2040

Brussel – Elf lidstaten van de Europese Unie hebben in een brief aan de Europese Commissie een “ambitieuze klimaatdoelstelling” voor 2040 bepleit. Onder meer Duitsland, Frankrijk en Spanje voeren daarmee de druk op in de aanloop naar de scenario’s die het dagelijks bestuur van de Europese Unie begin februari zal presenteren.

De lidstaten hebben al vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 55 procent moet verminderen in vergelijking met 1990. Op 6 februari richt de Commissie de blik op 2040, de laatste tussentijdse etappe vooraleer de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Het is de bedoeling van de Commissie om een impactstudie voor verschillende scenario’s en bijbehorende aanbevelingen te presenteren. In het najaar zou de nieuwe Commissie dan een wetgevend voorstel op tafel leggen.

Na de klimaatconferentie (COP28) in december “is het cruciaal dat de EU dit vertaalt in concrete en ambitieuze daden, om een sterk politiek signaal te sturen dat het voorbeeld geeft aan andere grote uitstoters”, zo stellen de klimaatministers van de elf lidstaten in de brief. “We moedigen de Commissie ten zeerste aan om een ambitieuze klimaatdoelstelling voor 2040 aan te bevelen” die “moet garanderen dat de EU helemaal op de goede weg naar klimaatneutraliteit zit”.

“We moedigen de Commissie ten zeerste aan om een ambitieuze klimaatdoelstelling voor 2040 aan te bevelen.”

Uit de brief van elf EU-landen aan de Europese Commissie

Behalve Frankrijk, Duitsland en Spanje ondertekenden ook Oostenrijk, Bulgarije, Denemarken, Finland, Ierland, Luxemburg, Nederland en Portugal de brief, die wijst op de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke adviesraad over klimaatverandering. Die raad, opgericht door de EU in de klimaatwet, adviseerde vorige zomer reeds om voor 2040 te mikken op een doelstelling van “90 tot 95 procent”.

De nieuwe Eurocommissaris voor Klimaatactie Wopke Hoekstra had in oktober, naar aanleiding van zijn hoorzitting in het Europees Parlement, beloofd om een vermindering van “minstens 90 procent” te verdedigen.

Europees Commissaris Wopke Hoekstra beloofde al om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met “minstens 90 procent” te verdedigen. – Foto: Remko de Waal/ANP/dpa

Tegelijkertijd dringen de elf lidstaten met het oog op de onrust over de sociale impact van de klimaatmaatregelen aan op “een rechtvaardige en eerlijke transitie”. “We moeten erover waken dat de klimaatactie iedereen kansen biedt. De groene transitie moet economisch realiseerbaar zijn, tegen beheersbare kosten, waarbij niemand achterwege wordt gelaten, in het bijzonder de meest kwetsbare mensen”, luidt het.

26/01/2024

Europese ministers starten debat over toekomst Oekraïense vluchtelingen

Brussel – De Europese ministers voor asiel en migratie hebben donderdag op een informeel beraad in het Brusselse Egmontpaleis het debat geopend over de toekomst van de Oekraïense vluchtelingen. In maart 2025 verstrijkt immers het Europese statuut van tijdelijke bescherming waarvan ze sinds het uitbreken van de oorlog genieten.

Onder de ministers was er een brede consensus dat er ook na maart 2025 een gemeenschappelijke aanpak in de lidstaten moeten gelden. “Het invoeren van 27 verschillende nationale regelingen zou contraproductief zijn, zou resulteren in secundaire migratie en onzekerheid veroorzaken”, zo concludeerde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor namens het Belgische EU-voorzitterschap.

Met bevoegd Eurocommissaris Ylva Johansson beklemtoonde de Moor dat er een oplossing moet gevonden worden in overleg met de Oekraïense regering. “Wij gaan geen voorstel opmaken vooraleer we een landingszone met de lidstaten en Oekraïne zien”, zei Johansson. Volgens haar wezen vele lidstaten ook op het belang van een aanpak gericht op terugkeer. “Maar uiteraard hangt alles af van hoe de oorlog evolueert, wanneer en hoe hij eindigt en wanneer de heropbouw kan starten.”

“Wij gaan geen voorstel opmaken vooraleer we een landingszone met de lidstaten en Oekraïne zien.”

Europees commissaris Ylva Johansson

Kort na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 hadden de lidstaten unaniem besloten om de richtlijn over tijdelijke bescherming te activeren. Zo hoefden de Oekraïense vluchtelingen de traditionele asielprocedure niet te doorlopen en kregen ze meteen verblijfsrecht en toegang tot huisvesting, sociale bijstand, gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en onderwijs. Meer dan vier miljoen vluchtelingen kregen het statuut. In België gaat het om ongeveer 78.000 mensen.

Het beraad in het Egmontpaleis was ook de eerste gelegenheid voor de ministers om van gedachten te wisselen over het politieke akkoord dat het Spaanse EU-voorzitterschap eind vorig jaar met het Europees Parlement sloot over het nieuwe asiel- en migratiebeleid. Het is nu aan het Belgische EU-voorzitterschap om het wetgevende pakket over de streep te trekken en de uitrol van alle afspraken op het terrein op te starten.

“Het is van het grootste belang dat deze historische hervorming niet alleen op papier wordt overeengekomen, maar dat de wijze waarop we omgaan met migratie en asiel ook fundamenteel verandert op het terrein”, zo onderstreepte De Moor.

“Het is van het grootste belang dat de wijze waarop we omgaan met migratie en asiel ook fundamenteel verandert op het terrein.”

Belgisch staatssecretaris Nicole de Moor over het asiel- en migratiepact

De staatssecretaris heeft haar Europese collega’s uitgenodigd naar Gent om overleg te plegen over de implementatie van het pact. De bijeenkomst vindt plaats van 28 tot 30 april. Enkele dagen eerder zou het Europees Parlement het pact de zegen moeten geven, tijdens de laatste plenaire zitting voor de Europese verkiezingen van juni.

25/01/2024

Deze compilatie is een redactionele selectie gebaseerd op de Europese berichtgeving van Belga. Deze wordt minstens tweemaal per week gepubliceerd, op maandag en donderdag.