Brussel – De Brussels-Italiaanse lobbyist Nicolo Figa-Talamanca blijft nog minstens een maand in de cel. Dat heeft de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling dinsdag beslist, zo meldt het federaal parket. Op 14 december had de raadkamer beslist om de man onder elektronisch toezicht te plaatsen, maar het federaal parket was daartegen in beroep gegaan.

Ook een tweede verdachte in het onderzoek naar corruptie in het Europees Parlement is dinsdag voor de KI verschenen, het voormalige Italiaanse Europarlementslid Pier Antonio Panzeri, maar op vraag van zijn advocaten werd de behandeling voor hem uitgesteld naar 17 januari.

Eerder was gemeld dat ook Francesco Giorgi, de partner van Eva Kaili, de voormalige vicevoorzitter van het Europees Parlement, dinsdag voor de KI moest verschijnen, maar dat klopt niet. De man had geen beroep aangetekend tegen de beslissing van de Brusselse raadkamer van 14 december om zijn voorlopige hechtenis met een maand te verlengen. Het drietal werd op 9 december opgepakt, net als Eva Kaili, haar vader en vakbondsman Luca Visentini.

De arrestaties kaderden in een onderzoek van het federaal parket naar pogingen van Golfstaat Qatar om de economische en politieke besluitvorming van het Europees Parlement te beïnvloeden, door aan mensen met een politieke en/of strategische positie binnen het Europees Parlement grote geldbedragen te betalen of aanzienlijke geschenken aan te bieden. Ook Marokko wordt in het onderzoek genoemd.

Speurders van de federale gerechtelijke politie namen bij die huiszoekingen en arrestaties 1,5 miljoen euro in beslag. In Panzeri’s woning werd 700.000 euro cash in beslag genomen, terwijl de vader van Eva Kaili werd opgepakt met een koffer vol bankbiljetten ter waarde van zowat 600.000 euro. Later die dag kon ook Eva Kaili opgepakt worden, met zowat 150.000 euro in haar bezit. Panzeri, Giorgi, Kaili en Figa-Talamanca werden onder aanhoudingsbevel geplaatst, terwijl Visentini en Kaili’s vader werden vrijgelaten

27 december 2022

ExxonMobil vecht afromen van overwinsten in EU aan

Brussel – De Amerikaanse oliereus ExxonMobil stapt naar het Hof van Justitie van de Europese Unie uit onvrede met het kader dat de lidstaten uitwerkten om overwinsten af te romen van energiebedrijven. Volgens het bedrijf gaat de EU juridisch haar boekje te buiten.

Eind september raakten de ministers van Energie van de EU het eens over een juridisch kader om de overwinsten af te romen van energiebedrijven die goed boeren als gevolg van de torenhoge energieprijzen door de Russische invasie van Oekraïne. Het maatregelenpakket voorziet onder meer in een prijsplafond voor stroomproducenten met lage kosten – zoals kerncentrales en windparken – en een “solidariteitsbijdrage” van gas- en olie- en kolen bedrijven.

“We zijn ons ervan bewust dat de energiecrisis in Europa zwaar weegt op gezinnen en bedrijven, maar het afromen van overwinsten werkt contraproductief en zal het vertrouwen van investeerders ondermijnen, investeringen ontmoedigen en de afhankelijkheid van ingevoerde energie en olieproducten verhogen.”

ExxonMobil

Volgens ExxonMobil overschrijdt de EU met de heffing haar bevoegdheden. De Amerikaanse groep heeft daarom woensdag via haar Duitse en Nederlandse filialen een klacht ingediend bij het Gerecht van het Hof van Justitie. “We zijn ons ervan bewust dat de energiecrisis in Europa zwaar weegt op gezinnen en bedrijven”, zegt een woordvoerder van ExxonMobil. Maar het afromen van overwinsten werkt “contraproductief” en “zal het vertrouwen van investeerders ondermijnen, investeringen ontmoedigen en de afhankelijkheid van ingevoerde energie en olieproducten verhogen”, luidt het.

Begin december had CFO Kathryn Mikkels al gezegd dat de solidariteitsbijdrage ExxonMobil volgend jaar “meer dan 2 miljard dollar” zou kosten. Alleen al in het tweede en derde kwartaal van dit jaar boekte ExxonMobil 37,6 miljard dollar winst.

28 december 2022

Rusland verbiedt olie-uitvoer naar landen die zich schikken naar prijsplafond

Brussel – Rusland verkoopt vanaf 1 februari volgend jaar geen Russische olie meer aan landen die het prijsplafond hanteren dat de EU, de G7 en Australië begin december overeenkwamen. Dat staat in een decreet dat president Vladimir Poetin heeft ondertekend.

Het verbod op de export van ruwe olie gaat in op 1 februari en geldt minstens tot juli. De ban geldt voor alle “contracten die direct of indirect gebruik maken van het prijsplafond” en “in alle stadia van de uitvoer tot en met de eindkoper”, klinkt het in het decreet. De ban op de uitvoer van afgeleide olieproducten gaat in op een latere datum, die de Russische regering nog moet bepalen.

Met het prijsplafond wil het Westen Moskou ertoe dwingen om zijn olie aan derde landen te verkopen aan een maximumprijs van 60 dollar per vat. Betalen die landen toch meer, dan mogen bedrijven in de Europese Unie, de G7 en Australië geen diensten meer verlenen die het vervoer van olie mogelijk maken. Het gaat dan om zeetransport of het verhandelen en verzekeren van de vracht.

Het merendeel van de westerse landen is sinds de Russische invasie in Oekraïne gestopt met de invoer van Russische olie. De impact van de maatregel blijft dus mogelijk vrij beperkt. Bovendien wordt Russische olie op dit moment verkocht voor ongeveer 60 dollar. Ook de impact van het prijsplafond blijft voorlopig dus binnen de perken. Het Westen wil de hoogte van het bedrag wel om de twee maanden evalueren.

Rusland dreigde er eerder al mee de productie van ruwe olie volgend jaar te verminderen met 500.000 tot 700.000 vaten per dag. Die uitspraken deden de olieprijzen vorige week verder stijgen. Rusland produceerde de afgelopen maand gemiddeld 10,9 miljoen vaten olie per dag, blijkt uit informatie die het financieel persagentschap Bloomberg kon inkijken. Daarmee staat de productie op het hoogste niveau in acht maanden tijd.

27 december 2022