BRUSSEL (ANP) – De Europese Commissie zei eerder dat het verdragsartikel ook voor dat overzeese gebiedsdeel geldt, maar wil daarover nu geen uitsluitsel meer geven. Experts zijn het erover oneens en Nederland stelde eerder dat zulke gebieden niet op de EU-bescherming kunnen rekenen.
De Europese Unie heeft in haar ‘grondwet’ een clausule die lidstaten verplicht elkaar te helpen in het geval van een aanval, die doet denken aan het beroemde artikel 5 van de NAVO. Dat artikel 42.7 geldt ook voor Groenland, zei Eurocommissaris Andrius Kubilius maandag. De Commissie beweerde dat al meermaals, maar deskundigen zetten daar vraagtekens bij.
Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen vindt de vraag of artikel 42.7 geldt niet aan de orde. Ze doet niet mee aan de speculatie “over wat er gedaan zou moeten worden, wat er gedaan zou kunnen worden, wat er wellicht gedaan kan worden” en houdt het bij de relatief vage belofte dat Groenland en Denemarken “op ons kunnen rekenen”.
De aandacht voor de EU-bepaling is toegenomen omdat de NAVO-beschermingsgelofte moeilijk bruikbaar is als de officieuze leider van de alliantie een ander NAVO-land aanvalt. Maar een probleem is dat Groenland wel als NAVO-, maar mogelijk niet als EU-grondgebied geldt. ‘Overzeese gebiedsdelen’ vallen volgens juristen in principe niet onder artikel 42.7. De Europese rechter heeft zich nog niet ondubbelzinnig uitgesproken.
De Nederlandse buitenlandminister David van Weel zei vorige week al dat Aruba en Curaçao beter niet rekenen op de EU-clausule. Die geldt voor deze gebieden, met dezelfde status als Groenland, “niet onverkort”.
Alleen de onduidelijkheid is al schadelijk, stelt Clingendael-onderzoeker Bob Deen. Die kan “verwarring of zelfs verdeeldheid binnen de EU veroorzaken als Denemarken het artikel besluit in te roepen”. Deen acht het “niet onverstandig om dit soort cruciale kwesties van tevoren op te helderen”.
Zo’n technisch bezwaar valt waarschijnlijk weg als het erop aankomt en “om hogere politiek gaat”, denkt hoogleraar Europees recht Armin Cuyvers. Hij ziet vooral een probleem in de “vrij vage” bewoordingen van 42.7. Bij het NAVO-equivalent is het duidelijk dat lidstaten worden geacht elkaar militair te hulp te schieten, maar dat is bij het EU-artikel nog niet ingevuld. “Dat was nooit nodig.”
Uitleg zou snel moeten komen, zegt Cuyvers. Het is volgens hem, met zulke grote belangen op het spel, aan de EU-landen om de bepaling nu betekenis te geven. “Dit is ook een kans.”
(14 januari 2026)
De redactionele verantwoordelijkheid van deze publicatie ligt bij ANP.
