Have the article read by OpenAI (Beta). Please note that AI translations may take some time to process.

The New York Times had in april 2021 bericht over sms-verkeer tussen Von der Leyen en Bourla over de aankoop van coronavaccins. De krant vroeg de Commissie vervolgens om toegang tot deze berichten, maar die wees het verzoek af omdat ze naar eigen zeggen niet over de documenten beschikte. De sms’jes bevatten geen betekenisvolle informatie en werden dus ook niet als officiële documenten geregistreerd en opgeslagen, luidde het.  

Het Gerecht vindt die uitleg onvoldoende. “De Commissie heeft geen plausibele verklaring gegeven ter rechtvaardiging van het feit dat zij niet in het bezit is van de gevraagde documenten”, zo stelde de rechtbank in een persbericht. Volgens het Gerecht heeft de Commissie ook niet duidelijk uitgelegd waarom de tekstberichten geen belangrijke informatie zouden bevatten en niet bewaard moesten worden.

De Commissie kan tegen de uitspraak nog beroep aantekenen bij het Hof van Justitie. Ze concludeerde in een eerste reactie wel dat ze een nieuwe beslissing over de affaire zal moeten nemen, met een meer gedetailleerde toelichting over de beslissing om deze documenten niet bij te houden.  

 De Commissie onderhandelde tijdens de coronapandemie in naam van de lidstaten met de grote farmaceutische bedrijven over de aankoop van vaccins. Pfizer was met voorsprong de grootste leverancier. In mei 2021 werd een akkoord aangekondigd met het Amerikaanse bedrijf over de levering van maximaal 1,8 miljard doses, het grootste contract dat de Commissie in deze periode sloot. 

Europarlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit/S&D), voorzitter van de speciale commissie die het Europese optreden tijdens de pandemie tegen het licht hield, had eveneens vergeefs om volledige toegang tot de sms’jes verzocht. Na het arrest verwacht ze nu dat de Commissie “consequent” handelt. “De Europese bevolking heeft recht op transparantie en openheid. De Europese instellingen moeten die bieden.” 

De redactionele verantwoordelijkheid van deze publicatie ligt bij Belga.