Brussel – In de Europese Unie geldt in principe de regel dat de schuldgraad van een lidstaat niet meer mag bedragen dan 60 procent van het bruto binnenlands product, en het begrotingstekort niet meer dan 3 procent. Critici vonden die regels echter al jaren te complex en te rigide. In het voorjaar van 2023 legde de Europese Commissie een grootschalige herziening op tafel, waarover de lidstaten en het Europees Parlement nu, in de laatste rechte lijn naar de Europese verkiezingen van juni, een akkoord hebben bereikt.

De drempels van 60 en 3 procent blijven overeind. Landen met een hoge schuldgraad (boven 90 procent), zoals België, moeten hun schuld jaarlijks met gemiddeld 1 procent indijken. Wie een begrotingstekort van meer dan 3 procent heeft, moet een traject uitstippelen dat het deficit naar 1,5 procent terugbrengt. Onder bepaalde voorwaarden kunnen die landen de inspanning wel uitsmeren over zeven in plaats van de huidige vier jaren, wat nog enige ruimte moet bieden voor nieuwe investeringen.

“Op dit moment van grote economische en geopolitieke uitdagingen bieden deze nieuwe regels de lidstaten duidelijkheid en voorspelbaarheid over hun budgettaire beleid voor de komende jaren”, zo begroette vicevoorzitter Valdis Dombrovskis van de Europese Commissie het akkoord. “Deze regels zullen de houdbaarheid van onze openbare financiën verbeteren en duurzame groei stimuleren, door investeringen en hervormingen te stimuleren”.

Het goedgekeurde kader vormt een compromis tussen de lidstaten die hameren op begrotingsdiscipline, en zij die betogen dat de EU lessen moest trekken uit het besparingsbeleid ten tijde van de eurocrisis en ruimte moet laten voor investeringen. De lidstaten en het Europees Parlement moeten het compromis nog formeel bekrachtigen.

10/02/2024

Staatssteun: Belgisch EU-voorzitterschap hamert op gelijk speelveld tussen lidstaten

Genk – Op een vergadering van de Europese ministers die bevoegd zijn voor concurrentiebeleid heeft Vlaams minister van Economie Jo Brouns, die de vergadering voorzat, gepleit voor een einde aan wat hij “een subsidierace tussen de lidstaten” noemt. “We moeten de interne markt en zijn gelijk speelveld beschermen.”

Het is een nagel waar Belgische politici al langer op slaan. De versoepeling van de Europese staatssteunregels heeft als neveneffect dat lidstaten met “diepe zakken” een concurrentieel nadeel voor kleinere landen creëren. De versoepeling is een initiatief van de Europese Commissie en is ingegeven door de uitdagende economische situatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de groene transitie.

Vlaanderen vreest dat Umicore voor de bouw van een batterijrecyclagefabriek niet voor Zeebrugge of Antwerpen zal kiezen, maar voor het Noord-Franse Duinkerke, net omdat Frankrijk meer subsidies kan uitdelen. Deze week klonk het dan weer dat ook ArcelorMittal naar de Franse havenstad zou uitwijken. De staalreus denkt erover na een nieuwe groene fabriek daar te bouwen, en niet in Gent.

“Om de Europese interne markt en zijn gelijk speelveld te beschermen, moeten we over langetermijnoplossingen nadenken en de subsidierace tussen de lidstaten counteren. Bedrijven zouden met elkaar moeten concurreren, en geen concurrentie creëren tussen de lidstaten.”

Vlaams minister van Economie Jo Brouns

Brouns wil onder meer een grondige analyse van de impact van staatssteun op het concurrentievermogen en het kunnen aantrekken van buitenlandse investeringen. Als voorzitter van de Raad van de EU zal België daarover conclusies opstellen, die als inspiratie moeten dienen voor de volgende Europese Commissie, die later dit jaar aantreedt.

Op de vergadering in Genk was ook Europees commissaris voor de Interne Markt Thierry Breton aanwezig. De Fransman waarschuwde dat “we moeten opletten hoe we de cijfers voorstellen”. In absolute cijfers geven de grootste landen dan wel het meeste geld uit aan staatssteun, “maar het is wellicht interessant een zicht te krijgen op hoeveel (subsidies) worden uitgereikt per capita, of ten opzichte van het bbp”, zei hij. “Dat verandert veel.”

09/02/2024

Europees Parlement ongerust over Russische inmenging

Straatsburg – In de nasleep van de onthullingen in de media over de banden van een Lets Europarlementslid met de Russische geheime dienst heeft het Europees Parlement donderdag in Straatsburg gepleit voor een intern onderzoek naar andere mogelijke gevallen van inmenging van Moskou.

 De Europarlementsleden schaarden zich met 433 tegen 56 stemmen (18 onthoudingen) achter een resolutie waarin ze hun “grote bezorgdheid” uiten over de Russische pogingen om de democratie in Europa te ondermijnen. Aanleiding zijn de recente onthullingen van onderzoeksjournalisten over Tatjana Zdanoka, die van 2004 tot 2017 zou hebben samengewerkt met de Russische inlichtingendienst FSB.

Voorzitster Roberta Metsola verwees de zaak prompt door naar het adviescomité over de gedragscode. De Europarlementsleden wijzen echter ook op andere gevallen van collega’s die “bewust de Russische belangen dienen”. Ze vinden het “noodzakelijk om meteen een diepgaand intern onderzoek te voeren om alle mogelijke gevallen van buitenlandse inmenging vanuit Rusland en andere kwaadwillige inmenging in het Europees Parlement te bekijken”. 

“We moeten waakzaam blijven”, zegt Hilde Vautmans (Open VLD/Renew). “Mevrouw Ždanoka was een van de 13 parlementsleden die de Russische invasie van Oekraïne niet veroordeelden. En het is geweten dat Rusland contacten onderhoudt met extreemlinkse en extreemrechtse partijen die Russische standpunten propageren. Onze democratie is tegenover buitenlandse beïnvloeding maar zo sterk als de zwakste schakel.”

In de resolutie erkennen de Europarlementsleden het belang van een eerlijk proces, de rechtstaat en fundamentele rechten. Ze beklemtonen ook dat politieke keuzes niet gecriminaliseerd mogen worden, en dat leden van het parlement niet met verdere beperkingen geconfronteerd mogen worden wanneer ze hun meningen uiten bij de uitoefening van hun mandaat.

08/02/2024

Deze compilatie is een redactionele selectie gebaseerd op de Europese berichtgeving van Belga. Deze wordt minstens tweemaal per week gepubliceerd, op maandag en donderdag.